CAO-Overleg afgebroken

 CAO overleg afgebroken – VTOI heeft de OBV helemaal niets te bieden

 

Donderdag 19 juli 2018 heeft er een formeel CAO overleg plaatsgevonden tussen delegaties van de VTOI en de OBV. De inzet was om te komen tot een CAO voor de periode tot 1 januari 2020.

Al tijdens het uitwisselen van de bespreekpunten werd duidelijk dat de VTOI gedetailleerde uitgangspunten voor een CAO voor bestuurders in het funderend onderwijs, voor de periode na 1 januari 2020, wilde vastleggen. De OBV onderhandelingsdelegatie, bestaande uit Ewald Weiss, Bert-Jan Kollmer, Frans Mentjox en Anne Hoekstra, heeft aangegeven daar op dit moment niet over te willen spreken omdat mogelijke uitgangspunten van onze kant dienen te worden vastgesteld door de leden en het bestuur van de nieuw te vormen fusie organisatie (OBV en BvPO). Tijdens het vervolg van het overleg bleven de lange termijn uitgangspunten van de kant van de VTOI als een dictaat op tafel liggen.

Open onderhandelingen bleken dus niet mogelijk. De VTOI wees alle wensen van de OBV categorisch af. Ook de minimum wens van de OBV om de huidige CAO te verlengen en daarmee de reguliere loonontwikkeling in het VO te volgen, werd afgewezen met als argument dat het salarisbouwwerk dan uit balans zou raken. Dit argument is niet relevant vanwege de wettelijke verhoging van het WNT plafond per 1 januari 2018. Parallel hieraan zijn ook de bezoldigingsmaxima – per klasse – in de ‘regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren’ per 1 januari 2018 met ongeveer 3% verhoogd. Er is dus ruimte voor loonontwikkeling!
Door de opstelling van de VTOI lopen de bestuurders in het VO een marktconforme loonontwikkeling mis, zowel in 2018 als in 2019. Uiteraard is deze loonontwikkeling slechts mogelijk bij collega’s die daarvoor nog ruimte hebben binnen de eerder genoemde ‘regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren 2018’.

Sinds 1 januari 2018 is er sprake van een CAO-loos tijdperk. Door het afbreken van het CAO overleg is daar nu geen einde aan gekomen. De gevolgen van een CAO-loos tijdperk zijn, afgezien dat geen loonsverhoging kan worden afgedwongen, vooral theoretisch van aard. Feitelijk zijn de gevolgen zeer gering. De verhouding tussen werkgever en werknemer blijft gebaseerd op de bestuurders CAO 2017. De afspraken uit de CAO hebben dan het karakter van een persoonlijke arbeidsovereenkomst. Van belang is dat in een CAO-loos tijdperk weer sprake is van onderhandelingsvrijheid. Dat wil onder meer zeggen dat het nu voor de individuele bestuurder mogelijk is om in overleg met de RvT een loonsverhoging af te spreken, uiteraard binnen de grenzen van de ‘regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren 2018’.

Na afloop van dit CAO overleg overheerste verbazing en teleurstelling met betrekking tot de opstelling van de VTOI delegatie. In september zullen we als bestuur de ontstane situatie verder bespreken en ons standpunt aan jullie voorleggen. Vervolgens zullen we als OBV en BvPO met andere bestuurdersverenigingen overleggen welk proces doorlopen dient te worden om te komen tot constructief arbeidsvoorwaardenoverleg met een vertegenwoordiging van de toezichthouders.

CAO Delegatie OBV
Anne Hoekstra, Frans Mentjox, Ewald Weiss, Bert-Jan Kollmer