VO Congres 2017

Op 30 maart 2017 organiseert de VO-raad een congres over “Leiding geven aan verandering”.

Het congres wordt gehouden in Nieuwegein.

Het congres wordt geopend door VO-raad voorzitter Paul Rosenmöller. Zijn speech wordt gevolgd door een keynote van hoofdspreker Bart Ongering. Daarna kunt u in twee rondes kiezen uit een breed aanbod aan workshops of plenaire lezingen volgen van bokster Lucia de Rijker en Jos de Blok van Buurtzorg.

Meer informatie vindt u op VO Congres 2017.

U kunt zich via die informatiepagina ook aanmelden voor het Congres.

 

CAO-akkoord 2017

De VTOI en de OBV hebben op 28 december 2016 een onderhandelaarsakkoord bereikt over een CAO met een looptijd van 1 januari 2017 tot 1 januari 2018.

Evenals vorige jaren is het onderhandelaarsakkoord direct vertaald tot een volledig vernieuwde CAO-tekst. Hieronder vindt u de belangrijkste wijzigingen. De volledige tekst kunt u hier downloaden.

Hierbij legt het bestuur van OBV dit akkoord met een positief advies voor aan haar leden. Graag vernemen we van u of u zich in dit akkoord kunt vinden.

We verzoeken u uw reactie uiterlijk 20 januari 2017 te sturen naar de OBV door hieronder een keuze te maken.

* Als u akkoord bent, klikt u op WEL AKKOORD, en verzendt u vervolgens het bericht.

* Als u niet akkoord bent, klikt u op NIET AKKOORD, en verzendt u vervolgens het bericht.

Hieronder bespreken we de belangrijkste wijzigingen.

1. Bovenwettelijke WW

De wijziging bestaat uit drie onderdelen.

a. Aanvullende uitkering.
Gedurende de eerste 6 maanden wordt de WW uitkering aangevuld tot 75% en vervolgens gedurende 18 maanden 70% van het ongemaximeerde loon. Voor zover na de bovengenoemde 18 maanden de werknemer recht heeft op WW-uitkering maakt de (gewezen) werknemer aanspraak op aanvulling op de WW-uitkering gemaximeerd op 70% van het maximum van schaal 14 inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering.

 b. Reparatie-uitkering.
De reparatie-uitkering gaat in zodra het einde van de WW-uitkering is bereikt. De duur van de reparatie-uitkering is gelijk aan het verschil tussen de duur van de WW-uitkering volgens de WW zoals die luidde op 31 december 2015, en de toegekende duur van de WW-uitkering. De uitkering is maximaal 70% van het maximum van schaal 14 inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering.

 c. Aanvullende uitkering.
De werknemer heeft recht op een aansluitende uitkering op de WW-uitkering of de reparatie-uitkering vanaf de leeftijd van 60 jaar. De hoogte van de uitkering bedraagt ten hoogste 186% van het minimumloon per maand.

2. Uitkering bij overlijden.

Nieuw in deze cao is dat er nu een uitkering bij overlijden is opgenomen. Voor het bijzonder onderwijs was er wel recht op een uitkering bij overlijden op basis van het BW, maar dat is beperkt tot één maandsalaris. Voor het openbaar onderwijs was het recht niet afdwingbaar. Met dit artikel is voor nabestaanden van alle werknemers een recht ontstaan op een uitkering gelijk aan drie bruto maandsalarissen aangevuld met de vakantietoeslag.

3. Professionalisering en gesprekkencyclus

Eveneens nieuw in deze cao is dat de werkgever en werknemer jaarlijks een budget overeen komen voor professionele ontwikkeling. Het bijdragen aan de voorwaarden in budget en tijd voor professionalisering is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van bestuurder en werkgever.

4. Inkomensparagraaf

De loonontwikkelingen in de CAO VO tot 1 januari 2018 zullen ook gelden voor de CAO Bestuurders VO ingaande op hetzelfde moment als deze ingaan voor de CAO VO in die periode. De werknemer die op 1 april in dienst is van de werkgever, ontvangt in april 2017 een eenmalige uitkering van € 500,– bruto, naar rato van de betrekkingsomvang.

5. Bezoldiging

De tekst van de cao bestuurders vo 2015-2016 was onduidelijk en gaf regelmatig problemen met de interpretatie, zeker na de publicatie van de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren. Het begrip bezoldiging zoals in de cao bestuurders vo 2015-2016 sluit niet aan bij het begrip zoals dat in de WNT en de regeling OCW is opgenomen. De tekst is daarop nu aangepast zodat de bedragen zoals die zijn opgenomen in de beloningstabel (zie bijlage 1 van de cao bestuurders vo) beter vergelijkbaar zijn met de bedragen die in de bezoldigingstabellen van de regeling OCW. In deze cao bestaat de bezoldiging uit drie onderdelen: beloning (gebaseerd op bruto salaris, vakantie- en eindejaarsuitkering), de pensioenbijdrage (werkgeversdeel) en belastbare onkostenvergoedingen). De bedragen opgenomen in de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren zijn inclusief het werkgeversdeel van de pensioenbijdrage en wijken daarmee sterk af van de bedragen in de beloningstabel zoals opgenomen in deze cao.
Dit betekent dat bovenop de beloning nog het werkgeversdeel van de ABP pensioen premie komt en indien noodzakelijk ter dekking van de werkelijk gemaakte kosten binnen de fiscale wet- regelgeving een belaste onkosten vergoeding, waarbij de leidraad is de kostenvergoeding van andere medewerkers binnen de instelling.

Hieronder drie voorbeelden om bovenstaande nader te duiden. De werkgeversbijdrage pensioen is in alle voorbeelden vanwege de aftopping op 100.000 euro 11.449,20 euro. De bedragen zijn zoals vastgesteld in 2016.

1. De werknemer wordt ingeschaald in B1 op schaalbedrag 104.666 euro. De werknemer komt op basis van de complexiteitpunten terecht in klasse B met een maximum van 117.000 euro. De ruimte voor een belastbare vergoeding bedraagt dan

€ 117.000 – € 104.666- € 11.449,20 = 884,80.

2. De werknemer wordt ingeschaald in B3 op schaalbedrag 133.825 euro. De werknemer komt op basis van de complexiteitpunten terecht in klasse E met een maximum van 152.000 euro. De ruimte voor een belastbare vergoeding bedraagt dan

€ 152.000– € 133.825- € 11.449,20 =  6725,80.

3. De werknemer wordt ingeschaald in B5 op schaalbedrag € 149.917 de werkgevers bijdrage aan het ABP pensioen bedraagt € 11.449,20. De werknemer komt op basis van de complexiteitpunten terecht in klasse G met een maximum van 179.000 euro. De ruimte voor een belastbare vergoeding bedraagt dan

 € 179.000 – € 149.917- € 11.449,20 = 17.633,80.

Geplaatst in CAO

CAO-Onderhandelingen zijn van start gegaan

Op 13 oktober 2016 hebben CAO-partijen in een informeel en verkennend gesprek de wederzijdse ideeën voor een CAO 2017 doorgenomen. De formele onderhandelingen zijn gepland op 15 november 2016. Partijen hebben de wens uitgesproken in december een onderhandelaars akkoord aan hun leden voor te kunnen leggen. De OBV zal een mogelijk akkoord bespreken met haar leden op de ALV van 15 december 2016. Voor nadere details: Ledenvergadering op 15 december 15.00 u Utrecht

In dit gesprek bleek dat beide partijen een aantal uitgangspunten te delen:
Een looptijd van 1 januari 2016 tot 1 januari 2017. De loonsverhoging volgt in 2017 de loonsverhoging van de CAO VO. Op dit moment betekent dit in elk geval een eenmalige uitkering van 500 euro in april 2017. Verdere professionalisering van de bestuurders is belangrijk, daarom zullen partijen hierover een bepaling in de CAO opnemen.

Uiteraard zijn er ook verschillen naar voren gekomen. Zo wil de VTOI de huidige cao vrijwel ongewijzigd verlengen en acht de OBV een aantal verbeteringen noodzakelijk om de cao ook aantrekkelijk te houden voor bestuurders. Dat betreft dan vooral maar niet uitsluitend aandacht voor: Een aantal secundaire arbeidsvoorwaarden zoals de jubileumgratificatie, een uitkering bij overlijden en een mobiliteitsbeleid. Herstel van het derde WW jaar zoals dat ook in alle andere overheids- en onderwijscao’s is afgesproken. Een beloningstabel in plaats van de huidige salaristabel. Vereenvoudiging van de beloningstabel conform de beloningstabel zoals die is vastgelegd in de sectorale regeling van OCW. Dat wil zeggen, de tabel kent per klasse alleen een minimum en maximumbedrag.

Hoewel er dus zeker overeenkomsten zijn in de inzet van beide partijen blijkt uit bovenstaande ook dat het toch zeker nog lastige onderhandelingen zullen worden.

Meer info: onze website.

Congres: toekomst van leren 23-11-2016

Ontmoet meer dan 250 collega’s uit het hoger kader. Waar? Op het NRC Live evenement over de Toekomst van Leren. Als netwerkpartner van dit event brengen we je hiervan graag op de hoogte. Het beloofd een interessante dag te worden. Samen met docenten, studenten, bestuurders, onderwijsvernieuwers, opinieleiders en talentontwikkelaars agendeert NRC Live een aantal bekende vragen binnen onderwijsland, maar dan in een nieuwe setting!

Fantastische line-up: meer dan 20 sprekers!

Let op: Via OBV is een aantal vrijkaartjes voor onze leden beschikbaar voor dit evenement: info@onderwijsbestuurdersvereniging.nl

Onder anderen Thom de Graaf (Vereniging Hogescholen), Marli Huijer (bijzonder hoogleraar publieksfilosofie), Jordan Shapiro (columnist bij Forbes) en Henriëtte Maassen van den Brink (voorzitter van de Onderwijsraad) gaan in op belangrijke vraagstukken als: Een leven lang leren: hoe werkt dat in de praktijk en wie pakt het op? Wat is de rol van de leraar? Hoe geef je inhoud aan adaptief leren? Hoe kunnen nieuwe technologieën en innovatieve concepten het onderwijs opschudden? Hoe ontwikkel je creatief en innovatief talent?

Meer informatie over het programma vindt u hier: nrclive.nl/onderwijs

Middagprogramma op maat: kies uit 11 rondetafelsessies!
Als deelnemer kiest u wat er bij u het beste past. Keuze uit 11 rondetafelsessies waarbij u zelf meeschrijft aan een stappenplan voor de toekomst van onderwijs. Praat mee over onderwerpen zoals: adaptief leren, de nieuwste tech voor in de klas, bottum-up onderwijsinnovatie, bildung of een leven lang leren? Vergaar nieuwe inzichten en krijg concrete handvaten tijdens de rondetafelsessies. Bekijk het programma voor meer informatie.

Het NRC Live event over de Toekomst van Leren vindt plaats in het WTC in Rotterdam. Kaartjes kosten € 225,- voor wie werkt in het onderwijs. Tickets zijn te bestellen via: www.nrclive.nl/onderwijs.

Via OBV is een aantal vrijkaartjes voor onze leden beschikbaar voor dit evenement. Geinteresseerde leden van OBV kunnen zich hiervoor melden bij info@onderwijsbestuurdersvereniging.nl. Kaartjes worden toegekend op volgorde van binnenkomst.

Bij de miljoenennota

Elk jaar kijk ik de derde dinsdag van september uit naar het moment waarop de Rijksoverheid de stukken van de miljoenennota digitaal publiceert. Dit jaar konden ze gedownload worden vanaf de speciale ‘Prinsjesdag’-pagina. Dit jaar gaat het om 58 documenten met een digitale omvang van 70 MB. Hoeveel pagina’s het alles bijeen is, heb ik niet nagegaan. Alleen het hoofdstuk “onderwijs en wetenschap” (3,7MB) telde 255 pagina’s.

Ik heb me noodzakelijkerwijs beperkt tot het lezen van de paragraaf waarin de beleidsartikelen voor het voortgezet onderwijs uitgeschreven worden[1]. Bijna onmiddellijk was ik heel blij dat ik geen tijd had om de hele miljoenennota te lezen. De tekst begon zowaar met een paar zinnen die mijn hele loopbaan in het onderwijs gedomineerd zullen hebben, maar dat zonder dat ik me er echt bewust van was.

Daar stond het, tweede alinea:
“De Minister is verantwoordelijk voor een voortgezet onderwijsstelsel dat zodanig functioneert, dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.”
Ik heb even geknipperd met de ogen. Doorheen mijn loopbaan ben ik er altijd van overtuigd geweest dat de verantwoordelijkheid voor het onderwijs ligt bij docenten, schooldirecties en onderwijsbestuurders. Die moeten, elk vanuit hun specifieke rol maar aanvullend op elkaar, de last dragen. Nu, bij het lezen van de miljoenennota, lijk ik me al die jaren vergist te hebben. De verantwoordelijkheid voor het onderwijs lag al die tijd eigenlijk bij de Minister. Hadden ze me dat niet even eerder kunnen vertellen!

Wim Littooij, Voorzitter

Wim Littooij, Voorzitter

Omdat mijn wereldbeeld door die passage kantelde, heb ik me vervolgens afgevraagd of ik het door slordig lezen of gebrek aan aandacht heb laten kantelen. Als al die tijd (sinds wanneer heeft een dergelijke passage in de Miljoenennota gestaan?) de Minister de verantwoordelijkheid voor het onderwijs heeft gedragen, dan zouden onderwijsbestuurders, directies en docenten toch al heel lang geleden met een zucht van verlichting op de automatische piloot zijn gaan draaien. Mijn interpretatie van de passage ‘kon’ niet juist zijn.

Ik heb de passage dus enkele malen herlezen, apart en samen met de passages eromheen. Ik verwachtte en hoopte dat daardoor mijn wereldbeeld zou terugkantelen door een taakverdeling tussen de Minister enerzijds en anderzijds docenten, directies en besturen. Zo van: de Minister is verantwoordelijk voor het onderwijs-STELSEL en de docenten, directies en besturen zijn verantwoordelijk voor het ONDERWIJS in dat onderwijsstelsel. Twee passages steunden die interpretatie. De eerste staat meteen onder de passage die ik al geciteerd heb:
“De Minister is verantwoordelijk voor de financiering van het voortgezet onderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.”
Deze passage paste prima binnen mijn vertrouwde wereldbeeld. De Minister zorgt ervoor dat er binnen de rijksbegroting voldoende geld gereserveerd wordt opdat docenten, directies en besturen de verantwoordelijkheid kunnen dragen die zij moeten dragen. Dat gold ook voor de passage daarna:
“De Minister stimuleert specifieke onderwerpen door het verstrekken van (aanvullende) bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, (prestatie)afspraken en wet- en regelgeving.”
Dat van die ‘wet- en regelgeving’ klinkt wat omineus maar de passage heeft duidelijk betrekking op extraatjes, en dan overwegend op de financiering van die extraatjes. Er is geen reden te denken dat een Minister in het kader van het stimuleren van specifieke onderwerpen zou gaan doen wat in de passage daarna wordt aangekondigd:
“De Minister vult haar verantwoordelijkheid voor de onderwijskwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.”

Ineens – ik zal deze passages vast al wel eens eerder gezien hebben – krijg ik deze zin niet meer gelezen vanuit het idee dat er een taakverdeling is tussen Minister en ‘het veld’. Want het staat er letterlijk: de Minister heeft een regisserende rol, en die regisserende rol heeft niet betrekking op het in stand houden van het onderwijs-STELSEL maar op de kwaliteit van het onderwijs dat in dat stelsel gegeven wordt. De Minister is de baas. Niet alleen over de centen, en niet alleen over het naleven van protocollen rond het melden van vechtpartijen en examencijfers. Nee, zij is verantwoordelijk voor het onderwijsplaatje in zijn geheel, van de kledij van de conciërge, via de doceerstijl van docenten tot de inhoud van de leerboeken.

Dat verklaart waarom in de rest van de paragraaf over het voortgezet onderwijs allerlei doelstellingen, indicatoren en kengetallen worden uitgeschreven. Zo heeft de Minister de verantwoordelijkheid op zich genomen voor de doelstelling dat “alle leerlingen en studenten worden uitgedaagd”. Voor de onderwijswerkers die ik de afgelopen decennia ben tegengekomen spreekt het voor zich: je moet leerlingen en studenten uitdagen. De meeste van die onderwijswerkers deden volgens mij ook hun best om de daad bij het woord te voegen. Maar dat hadden ze niet hoeven te doen, begrijp ik nu. De verantwoordelijkheid voor het uitdagen van leerlingen en studenten ligt bij de Minister. Die heeft die doelstelling ook uitgeschreven in cijfers. Zo weet de Minister dat in 2014 de toptalenten onder leerlingen en studenten in het onderwijs 54% onvoldoende uitgedaagd werd. Er is op het punt van die doelstelling sindsdien vooruitgang geboekt want, zo weet de Minister, in 2016 verveelde zich nog slechts 46% van die toptalenten. Maar dat is de Minister nog niet genoeg. De Minister wil dat dat percentage in 2018 gedaald is tot onder de 25%.

Jarenlang heb ik de onderwijsdoelstellingen die de Minister in de miljoenennota en andere stukken formuleerde beschouwd als ”aansporingen” aan het onderwijsveld. “Mensen, doen jullie je best om alle leerlingen en studenten uit te dagen, jullie hebben mijn vertrouwen!” Maar het zijn al die tijd directieven geweest van de grote Onderwijsregisseur die in Den Haag zetelt. Als om iedereen ervan te doordringen uit welke hoek de verantwoordelijkheidswind zwaait, staan er tegenwoordig dan exacte, tot op twee decimalen afgeronde “targets” bij. Aandeel toptalenten dat zich verveelt moet minder dan 25% zijn, aantal zittenblijvers moet naar 3,9 %, aandeel docenten dat deelneemt aan ‘peer review’ moet naar 100%, aantal thuiszittende leerlingen moet over twee jaar 0% zijn.

Veel van de doelstellingen die de Minister in de Miljoenennota formuleert, komen op mij sympathiek over, de meeste zou ik zelf – met enige nuancering – onderschrijven, en ik denk dat bijna iedereen die in en rond het onderwijs werkt dat zou doen.

Ik zou het echter liever zien dat de Minister het formuleren en realiseren van dit soort doelstellingen over zou laten aan de mensen die die verantwoordelijkheid moeten dragen.

Wim Littooij, Voorzitter Onderwijsbestuurdersvereniging

Bestuurlijke Intervisie

De NVZD, de vereniging van bestuurders in de zorg, helpt haar leden bij de vorming van intervisiegroepen. Twee leden van de NVZD – een bestuurder van een GGZ-instelling in Amsterdam en een bestuurder van een expertisecentrum – willen een intervisiegroep vormen die sector-overstijgend is. Zij zijn op zoek naar bestuurders uit het onderwijs die deel willen nemen aan een trans-sectorale intervisiegroep.

OBV heeft heeft inmiddels een start gemaakt met de raakvlakken die onderwijs en zorg kennen op grond waarvan intervisie tussen bestuurders relevant kan zijn. Daarin zijn ook aandachtspunten voor een intersectorale intervisie opgenomen.

Lees:

Daarnaast zijn de voorbereidingen getroffen om meer gedetailleerde gegevens met elkaar te gaan delen.

De twee intervisie vragen die er nu liggen betreffen:
1 een bestuurder van een landelijk expertise centrum Zorg(regio Utrecht);
2 de bestuurder van een grote gezondheidsorganisatie (regio Amsterdam).

PRANO lezing april 2015 Marienhof 033 impression-11

Indien u hierover meer informatie wenst, verzoeken wij u uw interesse hiervoor kenbaar maken door te mailen naar info@onderwijsbestuurdersvereniging.nl.